Kalibratie van flowmeters


Geschreven door: Carlita Versteeg-Kemman op 2015-08-12 12:42:10

 

In de NEN-EN-ISO 15002 norm voor flowmeters is aangegeven dat het zichtbaar op de flowmeter moet zijn op welke druk deze gekalibreerd is. 

Doorgaans is dit 5 Bar of 4,1 Bar (500, 412 kPa) (of 1 Bar (100kPa) voor niet-tegendruk gecompenseerde flowmeters). De meest voorkomende drukken die in de leidingen in het ziekenhuis gebruikt worden, zijn rond de 4 tot 5 Bar.

Om het effect duidelijk te maken wat de gevolgen zijn als de kalibratie waarde van de flowmeter niet overeenkomt met de waarde uit de muur, wil ik het volgende voorbeeld gebruiken:


Stel de druk in de zuurstof leiding van uw ziekenhuis is ingesteld rond de 5 Bar. Dit is dan ook de druk die u mag verwachten bij het gasafnamepunt aan de wand of de pendel. Deze instelling valt onder de verantwoordelijkheid van de apotheker in uw ziekenhuis. Het is van belang om op dit leidingsysteem een flowmeter te gebruiken die ook op 5 Bar gekalibreerd is. Dit houdt in dat de indicaties van de flowinstellingen die u afleest op de flowbuis zijn afgemeten (gekalibreerd) bij een druk van 5 Bar. Als er 8 liter wordt ingesteld op de flowmeter, zal de uitkomst bij de patiënt ook 8 liter zijn (± de afwijking waarbinnen de waarde mag afwijken: ook gesteld in de NEN-EN-ISO 15002).
Wat gebeurt er als hier geen 5, maar een op 4,1 Bar gekalibreerde flowmeter wordt plaatst? Bij een 4,1 Bar gekalibreerde flowmeter zijn de indicaties van de flows afgetekend bij een druk van 4,1 Bar. Als u bij deze flowmeter die u op het 5 Bar netwerk plaatst en wederom 8 liter instelt, zult u een afwijkend resultaat krijgen. U geeft de patiënt op dit moment meer dan 8 liter wat niet zichtbaar is op de flowbuis (waar gewoon 8 l/min staat…). Sterker nog, de daadwerkelijke flow die u geeft aan de patiënt zal in de buurt komen van 10 l/min! Een afwijking van 25%! En in sommige situaties kan een afwijking van 25% van belang zijn voor de patiënt. (Waarom 25%?: Ongeacht de instelling van het aantal liters, zal deze afwijking rond dit percentage zijn. 5 Bar is namelijk een druktoename van ± 25% t.o.v. 4,1 Bar.)

Draait u de situatie om en gebruikt u een 5 Bar gekalibreerde flowmeter op een 4 Bar netwerk: dan geeft u minder liters aan de patiënt dan dat u verwacht en afleest.


Zoals u in een vorig item heeft kunnen lezen is er een verschil tussen tegendruk en niet-tegendruk gecompenseerde flowmeters. Een niet-tegendruk gecompenseerde flowmeter heeft een kalibratie van 1 Bar/100 kPa. Deze flowmeter houdt geen rekening met de druk uit de muur. Dit lijkt initieel een oplossing te zijn voor het ‘bovenstaande aandachtspunt’, maar vergeet u dan vooral niet wat de effecten zijn als u deze niet op de juiste wijze instelt! (Zie item Verschil tegendruk en niet-tegendruk gecompenseerde flowmeters.)

Concluderend: Als gebruiker zult u deze afwijking niet snel signaleren, maar dit zal eerder geconstateerd worden bij de controle van de juiste flow bij een inspectie of technische controle. Het loont de moeite om op de hoogte te zijn van de ingestelde drukken van uw ziekenhuis en de daarbij behorende kalibratie op de flowmeters.

Naast de u bekende Ohio flowmeters die wij in zowel 4,1 als 5 Bar leveren, hebben wij recent ons flowmeter assortiment uitgebreid met een Ohio/Amvex flowmeters gekalibreerd op 5 Bar! Het belangrijkste verschil tussen deze Ohio/Amvex flowmeter t.o.v. de Ohio flowmeter is dat de bedieningsknop aan de voorzijde van de flowmeter zit.