Verschil tegendruk en niet tegendruk gecompenseerde flowmeters


Geschreven door: Carlita Versteeg-Kemman op 2015-05-06 13:21:19

 

Bij een niet-tegendruk gecompenseerde flowmeter zit de 'kraan' tussen het afnamepunt en de flowbuis (afbeelding 1).
Bij een tegendruk gecompenseerde flowmeter zit de 'kraan' tussen de flowbuis en de uitgang, oftewel de patiëntzijde (afbeelding 2).
 
We zullen eerst in gaan op de NIET-tegendruk gecompenseerde flowmeter.
Bij de niet-tegendruk draait u de kraan minder of meer open waardoor de weerstand (de opening) meer of minder is en er daardoor door deze opening flow uit het afnamepunt kan lopen. Hoeveel deze opening is en gas doorlaat, is te zien op de indicator van de flowbuis.
Bij aansluiting van een vernevelaar, plaatst u een weerstand in de lijn richting de patiënt. Hoe klein ook, zoals bij een medicijnvernevelaar, wordt vloeistof door een dun buisje omhoog gezogen en botst tegen een barrière waardoor de kleinere partikels richting patiënt zweven en de grotere 'terugregenen' in het potje. De opzuiging vindt plaats d.m.v. een venturi die vacuüm creëert in de vernevelaar. Dat kost ca. 2 Bar weerstand.Omdat de druk, tijdens gebruik, uit de muur vermindert en de weerstand van de vernevelaar bijna even hoog is, wordt de flow in de flowbuis in elkaar gedrukt (gassen zijn samendrukbaar) en als gevolg hiervan vermindert de de uitlezing van de drijver in die flowbuis.
Wat u afleest is de hoeveelheid luchtstroom, maar die is wel gecomprimeerd (door de tegendruk/weerstand). De hoeveelheid van het gas is niet minder geworden, maar het volume hiervan (waar de drijver op drijft) wel. Vanwege die lagere indicatie op de drijver bent u geneigd die omhoog te draaien terug naar de voorgeschreven hoeveelheid zoals initieel is ingesteld. U realiseert zich in de meeste gevallen niet dat de aflezing geldt voor gecomprimeerde flow.

Stel dat u de kraan verder hebt opgeschroefd tot de voorgeschreven hoeveelheid en u haalt de vernevelaar weg door het slangetje van de flowmeter af te halen, zult u zien dat de drijver omhoog schiet en daar blijft. Dit is de daadwerkelijk de flow die aan de patiënt geleverd is. Alleen is deze flow nu niet meer samengedrukt door de vernevelaar, maar heeft weer het volume aangenomen van de gassen op atmosferische druk.
Ergo; als de flow instelt wordt zonder een aangesloten vernevelaar, en u sluit dan pas de vernevelaar aan, dan moet u niet meer naar de drijver kijken: deze geeft namelijk een lagere indicatie dan u daadwerkelijk geeft! De flowbuis van een dergelijke flowmeter is gekalibreerd (gemarkeerd) op atmosferische druk. 
Bij een tegendruk gecompenseerde flowmeter zit de kraan na de flowbuis en dus tussen flowmeter en patiënt.
De druk in de flowbuis is net zo hoog als de druk in het afnamepunt. Vandaar dat bij dit type flowmeter het van belang is dat die gekalibreerd is in overeenstemming met de druk in de muur.Als op deze flowmeter een vernevelaar wordt aangesloten dan is er voldoende ‘over-capaciteit’ om de weerstand van deze vernevelaar te overwinnen. U ziet dan geen verandering in de uitlezing op de indicator. De tegendruk/weerstand van deze vernevelaar heeft geen invloed op de aflezing. What you see is what you get.
Waar u bij deze flowmeter wel op dient te letten is de druk waarvoor deze gekalibreerd is. Stel dat u een op 4 Bar gekalibreerde tegendruk-gecompenseerde flowmeter aansluit op een 5 Bar afnamepunt, dan is de daadwerkelijke flow die u geeft i.t.t. hetgeen wat u afleest ca. 25% hoger. De indicatie op de flowbuis houdt immers rekening met een aangeleverde druk die een specifiek volume van het gas oplevert van 4 Bar. Alleen als je aan de uitgang van die flowmeter met een ijkapparaat gaat meten wat er uit komt, dan ziet u dat op atmosferische druk de flow 25% hoger is en dat dus de bijv. afgelezen 4 liter in het echt op atmosferische druk, 5 liter is.
Bij een dichte (afgesloten) tegendruk-gecompenseerde flowmeter die je op een afnamepunt aansluit, ziet u de drijver springen. Dit komt doordat de flowmeter eerst gevuld wordt met het gas uit het afnamepunt, tot de kraan achter de flowbuis.
CONCLUSIE:
Een tegendruk gecompenseerde flowmeter compenseert voor de weerstanden die tussen de flowmeter en de patiënt geplaatst worden en zal de aflezing aangeven wat u ook daadwerkelijk aan de patiënt wenst te geven.
Een niet-tegendruk gecompenseerde flowmeter compenseert dit niet en is het risico dat de aflezing niet de daadwerkelijke flow is die bij de patiënt terecht komt.